Wilzin Caps 250 X 50mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Wilzin Caps 250 X 50mg

  € 379,08

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 379,08 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 379,08 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik In verband met zijn aanvankelijk trage werking wordt zinkacetaatdihydraat afgeraden voor de aanvangstherapie van symptomatische patiënten. Symptomatische patiënten moeten aanvankelijk worden behandeld met een chelatiemiddel; zodra de koperspiegels zich onder toxische drempels bevinden en patiënten klinisch stabiel zijn, kan onderhoudsbehandeling met Wilzin worden overwogen. Desondanks zou in afwachting van door zink geïnduceerde duodenale metallothioneïneproductie en als gevolg effectieve remming van koperabsorptie, aanvankelijk zinkacetaatdehydraat kunnen worden toegediend aan symptomatische patiënten in combinatie met een chelatiemiddel. Hoewel het zelden voorkomt, kan in het begin van de behandeling klinische verslechtering optreden, zoals ook is gemeld met chelatiemiddelen. Of dit verband houdt met mobilisatie van kopervoorraden of met de natuurlijke geschiedenis van de ziekte is nog niet duidelijk. In deze situatie wordt een verandering van therapie geadviseerd. Bij het overschakelen van patiënten met portale hypertensie van een chelatiemiddel naar Wilzin is voorzichtigheid geboden, wanneer dergelijke patiënten het goed doen en de behandeling wordt getolereerd. Twee patiënten uit een serie van 16 overleden als gevolg van leverdecompensatie en geavanceerde portale hypertensie nadat zij van penicillamine werden overgeschakeld op zinktherapie. Therapeutische observatie Het doel van de behandeling is het plasma vrij te houden van koper (ook bekend als niet�ceruloplasmineplasmakoper) lager dan 250 microgram/l (normaal: 100-150 microgram/l) en de koperuitscheiding in de urine lager dan 125 microgram/24 u (normaal: < 50 microgram/24 u). Het niet-ceruloplasmineplasmakoper wordt berekend door de ceruloplasmine-gebonden koper af te trekken van het totale plasmakoper, waarbij ervan wordt uitgegaan dat elke milligram ceruloplasmine 3 microgram koper bevat. De uitscheiding van koper in urine is alleen een nauwkeurige weergave van lichaamsbelasting met teveel koper wanneer patiënten geen chelatietherapie ontvangen. Koperniveaus in de urine worden gewoonlijk verhoogd met chelatietherapie zoals penicillamine of triëntine. De hoeveelheid koper in de lever kan niet worden gebruikt voor het reguleren van de therapie daar het geen onderscheid maakt tussen mogelijk toxisch, vrij koper en metallothioneïnegebonden koper. Bij behandelde patiënten kunnen analyses van urine- en/of plasmazink een nuttige maatregel zijn voor behandelingscompliantie. Waarden van zink in de urine boven 2 mg/24 u en van plasmazink boven 1250 microgram/l wijzen gewoonlijk op een adequate compliantie. Zoals met alle anti-kopermiddelen brengt overbehandeling het risico van koperdeficiëntie met zich mee, hetgeen vooral schadelijk is voor kinderen en zwangere vrouwen daar men koper nodig heeft voor een goede groei en geestelijke ontwikkeling. Bij deze patiënten dienen de urinekoperniveaus iets boven de bovenlimiet van normaal of in het hoge normale bereik te liggen (d.w.z. 40 – 50 microgram/24 u). Laboratoriumfollow-up inclusief hematologische bewaking en bepaling van lipoproteïnen dienen ook uitgevoerd te worden om vroege verschijnselen van koperdeficiëntie, zoals anemie en/of leukopenie resulterend uit beenmergdepressie en verlaging van de HDL-cholesterol en HDL/totaal cholesterol ratio, te detecteren. Omdat een kopertekort ook myeloneuropathie tot gevolg kan hebben, moeten artsen bedacht zijn op sensorische en motorische symptomen en verschijnselen die mogelijk kunnen wijzen op beginnende neuropathie of myelopathie bij patiënten die worden behandeld met Wilzin.

Ziekte van Wilson.

Elke harde capsule bevat 50 mg zink (overeenkomend met 167,84 mg zinkacetaatdihydraat).

Hulpstoffen: Elke capsule bevat 1,75 mg sunset yellow FCF (E110)

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Andere antikopermiddelen Er zijn farmacodynamische onderzoeken verricht bij patiënten met de ziekte van Wilson met de combinatie van Wilzin (driemaal daags 50 mg) met ascorbinezuur (eenmaal daags 1 g), penicillamine (viermaal daags 250 mg) en triëntine (viermaal daags 250 mg). Zij toonden geen significant algemeen effect op de koperbalans hoewel milde interactie van zink met chelators (penicillamine en triëntine) kon worden opgemerkt met lagere fecale maar met hogere urinekoper uitscheiding in vergelijking met alleen zink. Dit komt waarschijnlijk deels door enige mate van complexvorming met zink door de chelator, waardoor het effect van beide werkzame stoffen wordt verminderd. Wanneer een patiënt voor onderhoudstherapie van chelatietherapie wordt overgeschakeld op Wilzin, dient de chelatietherapie voortgezet te worden en gedurende 2 tot 3 weken gelijktijdig toegediend te worden daar dit de tijd is die nodig is om de zinkbehandeling maximale metallothioneïne-inductie te laten induceren en de koperabsorptie volledig te blokkeren. De toediening van de chelatiebehandeling en Wilzin dient minstens een uur na elkaar plaats te vinden. Andere medicinale producten De absorptie van zink kan worden verlaagd door ijzer- en calciumsupplementen, tetracyclinen en fosfor bevattende verbindingen, terwijl zink de absorptie van ijzer, tetracyclinen, fluorchinolonen kan verminderen. Voedsel Onderzoeken van de gelijktijdige toediening van zink met voedsel uitgevoerd bij gezonde vrijwilligers hebben aangetoond dat de absorptie van zink bij veel voedingsmiddelen aanzienlijk werd vertraagd (inclusief brood, hardgekookte eieren, koffie en melk). Stoffen in voedsel, met name fytaten en vezels, binden zink en voorkomen dat het in de intestinale cellen komt. Proteïne leek echter het minst te storen.

4.8 Bijwerkingen Gemelde ongunstige reacties worden hieronder vermeld, zowel volgens systeemorgaanklasse als volgens frequentie. Frequenties worden gedefinieerd als: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥1/100 tot <1/10), soms (≥1/1.000 tot <1/100), zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10,000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst). Systeem /orgaanklasse Bijwerkingen Bloed- en lymfestelselaandoeningen soms: sideroblastaire anemie, leukopenie Maagdarmstelselaandoeningen vaak: gastrische irritatie Onderzoeken vaak: bloedamylase, lipase en alkalische fosfatase verhoogd Anemia kan micro-, normo- of macrocytisch zijn en gaat vaak samen met leukopenie. Onderzoek van beenmerg brengt gewoonlijk karakteristieke "geringde sideroblasten" (d.w.z. ontwikkelende rode bloedcellen die met ijzer verzadigde paranucleaire mitochondria bevatten) aan het licht. Zij kunnen vroege aanwijzingen zijn van koperdeficiëntie en kunnen zich snel herstellen na verlaging van de zinkdosering. Zij moeten echter onderscheiden worden van hemolytische anemie die gewoonlijk optreedt bij verhoogd serumvrij koper bij een ongecontroleerde ziekte van Wilson. De meest voorkomende bijwerking is maagirritatie. Deze is gewoonlijk het ergst bij de eerste ochtenddosis en verdwijnt na de eerste behandelingsdagen. Door de eerste dosis uit te stellen tot halverwege de ochtend of de dosis in te nemen met wat proteïne zullen de symptomen gewoonlijk verlichten. Verhogingen van serum alkalische fosfatase, amylase en lipase kunnen zich na een behandelingstijd van een paar weken voordoen, waarbij de niveaus gewoonlijk binnen en behandelingstermijn van een tot twee jaar terugkeren tot hoog normaal. Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen.

Zwangerschap Volgens de gegevens over een klein aantal gevallen van blootstelling tijdens de zwangerschap bij patiënten met de ziekte van Wilson heeft zink geen nadelige effecten op de gezondheid van de embryo/foetus en moeder. Vijf miskramen en 2 aangeboren afwijkingen (microcefalie en te corrigeren hartdefect) werden gemeld op 42 zwangerschappen. Uit experimenteel onderzoek bij dieren naar de effecten van verschillende zinkzouten zijn geen directe of indirecte schadelijke effecten naar voren gekomen op zwangerschap, de ontwikkeling van het embryo/de foetus, de bevalling of de postnatale ontwikkeling (zie rubriek 5.3). Het is uitermate belangrijk dat zwangere patiënten met de ziekte van Wilson hun behandeling voortzetten tijdens de zwangerschap. Welke behandeling men zou moeten gebruiken, zink of chelatiemiddel, dient door de arts te worden beslist. De dosis dient aangepast te worden om zeker te stellen dat de foetus geen koperdeficiëntie krijgt en een nauwlettende observatie van de patiënte is absoluut noodzakelijk (zie rubriek 4.4). Borstvoeding Zink wordt uitgescheiden in humane borstvoeding en door zink geïnduceerde koperdeficiëntie kan zich voordoen bij een baby die borstvoeding krijgt. Daarom dient het geven van borstvoeding vermeden te worden tijdens de behandeling met Wilzin.

Volwassenen

  • Gebruikelijke dosis: 50 mg, 3 x daags
  • Maximale dosis: 50 mg, 5 x daags
  • Zwangere vrouw: 25 mg, 3 x daags, dosis aanpassen in functie van koperspiegels in plasma en urine

Kinderen en adolescenten

  • Van 1 - 6 jaar: 25 mg, 2 x daags
  • Van 6 - 16 jaar bij een lichaamsgewicht < 57 kg: 25 mg, 3 x daags
  • > 16 jaar of > 57 kg: 50 mg, 3 x daags

Toedieningswijze

  • Op een lege maag innemen, minimum 1 uur vóór of 2-3 uur na het eten
  • In het geval van gastrische intolerantie bij de ochtenddosis: deze dosis uitgestellen tot halverwege de ochtend, tussen ontbijt en lunch
  • Het is ook mogelijk Wilzin met wat proteïne te nemen, zoals vlees
  • Bij kinderen die geen capsules kunnen doorslikken: capsules openen en de inhoud in wat water oplossen (eventueel gezoet met suiker of siroop)
CNK 2211431
Organisaties Recordati
Hoeveelheid verpakking 250
Actieve ingrediënten zink acetaat
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)